Snelle echtscheiding gepareerd door verzoek om uitstel.
Geplaatst door elsvaneeckhaut op november 28, 2007
De nieuwe echtscheidingswet is is van kracht sedert het begin van dit gerechtelijk jaar. Deze wet wordt ‘de wet op de echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting van het huwelijk genoemd’.
Een huwelijk is onherstelbaar ontwricht wanneer de verderzetting van het samenleven tussen de echtgenoten ervan onmogelijk is geworden ingevolge die ontwrichting. Het bewijs van de onherstelbare ontwrichting kan met alle wettelijke middelen worden geleverd. De belangrijkste evolutie is dat één echtgenoot de scheiding kan aanvragen zonder dat hij of zij de schuld dient in te roepen van de andere echtgenoot.
Als de aanvraag tot echtscheiding gezamenlijk gedaan door de twee echtgenoten, dan bestaat de onherstelbare ontwrichting na meer dan zes maanden feitelijke scheiding, of wanneer de aanvraag na drie maanden wordt herhaald.
Indien de aanvraag tot echtscheiding gedaan door één echtgenoot, volstaat één jaar feitelijke scheiding, of wanneer de aanvraag na één jaar wordt herhaald.
In de praktijk zal de advocaat aan de client aanraden om één jaar feitelijke scheiding af te wachten, omdat in dat geval het bewijs van een verandering van verblijfplaats zou volstaan om te kunnen scheiden.
In de praktijk wilt dit echter toch niet altijd lukken. In de rechtbank van eerste aanleg in Gent werd een advocaat met een (voorspelbaar?) probleem geconfronteerd: ondanks het duidelijke bewijs van de feitelijke scheiding (wat volstaat, zoals gezegd), verzocht de raadsman van de verwerende partij om een uitstel om per conclusie (dat is het standpunt van een partij, geformuleerd op papier) te mogen krijgen.
Na herhaaldelijk aandringen van de rechter over het ‘waarom’ van de vraag over het uitstel hiervoor (men kan immers niéts inbrengen tegen het bewijs van de feitelijke scheiding) was het antwoord eenvoudigweg: ‘als advocaat heb ik toch het recht op een uitstel?’.
De rechter in kwestie besloot het uitstel toe te staan, en de zaak werd met vele maanden verschoven; de echtscheidingskamer is één van de drukste kamers en het is bijna onmogelijk een zaak op korte datum te laten uitstellen.
Wat ook de bedoeling van de advocaat die het uitstel vroeg mag geweest zijn: mocht haar cliënt om welke reden dan ook gekant zijn tegen de echtscheiding, dan heeft deze laatste op dat vlak zijn of haar slag thuis gehaald.
Vooraleer de rechtspraak tot een consensus komt over dit soort vragen om uitstel van de verwerende partij, is het dus niet aan te raden de cliënt een snelle procedure te beloven.
Anderzijds denk ik dat als advocaten die op die manier voor een voldongen feit worden gesteld, consequent een beroep doen op de tuchtrechtelijke bevoegdheid van de Stafhouder, snel een einde zal worden gesteld aan een dit soort wanpraktijken. Met andere woorden: de tekst hierboven is géén hint voor advocaten om het ook eens op die manier te proberen, integendeel.
Geplaatst in Echtscheiding, Stafhouder, Tucht | Geen reacties »